Kastanjemineermot

Kastanjemineermot zorgt voor vroege bladval bij kastanjes

Kastanjemineermot

De Kastanjemineermot (Cameraria ohridella) is een ca. 5 mm grote vlinder die haar eitjes legt op het blad van kastanjes. Hoewel de voorkeur uitgaat naar paardenkastanjes, zijn mineermotten ook te vinden in andere kastanjesoorten en esdoorns. De kastanjemineermot zorgt dit jaar voor veel extra vroege bladval van paardenkastanjes. De rupsjes van de paardenkastanjemineermot maken gangen in de bladeren die bruin worden en vervroegd afvallen.

Er ontwikkelen zich drie generaties waardoor de aantastingen in de loop van het jaar steeds heviger worden. De kastanjemineermot is ongeveer 1,5 mm lang, heeft opvallende, diep ingesneden segmenten en is geelgroen van kleur. Het beeld is soms dramatisch, maar de bomen sterven hierdoor niet af. De aantasting maakt de bomen ook niet gevoeliger voor de beruchte kastanjebloedingsziekte, die wel sterfte veroorzaakt.

Bestrijding
Er zijn eigenlijk geen bestrijdingsmogelijkheden tegen de mineermot voorhanden. Er zijn wat natuurlijke vijanden zoals sluipwespen en mezen, maar deze zijn niet effectief. Ook de winter heeft weinig effect, want de poppen kunnen temperaturen van min 23 graden Celsius verdragen.

Wat kunt u zelf doen?
Het beste kunt u het afgevallen blad verzamelen en vernietigen. In het afgevallen blad zitten namelijk de overwinterende poppen. U kunt het blad composteren of verbranden. Met het verkleinen van de populatie overwinterende poppen wordt ook de beginpopulatie van de eerste generatie motjes van het volgende voorjaar verkleind. De aantastingen zullen hierdoor merkbaar minder zwaar beginnen.

Kastanjemineermot

Snoeien van hagen op de begraafplaats

Hagen snoeien

Hagen zijn als afscheiding bedoeld. Ze verdelen de ruimte of zorgen voor de natuurlijke afscheiding van uw tuin. Meestal moet die ruimte zo efficiënt mogelijk worden gebruikt en mag zo’n haag eigenlijk niet meer dan een groene, levende muur zijn. Hoe smaller, hoe beter, maar een haag moet liefst ook dicht (ondoorzichtig) en moeilijk doordringbaar zijn. Daarom zijn voor een haag alleen planten geschikt die de juiste takkenstructuur bezitten.

Goede verticale en horizontale takkenstructuur
Hoe dichter de vertakking, hoe beter. De takken van planten die naast elkaar staan, moeten zoveel mogelijk in elkaar grijpen. Dan pas ontstaat een goede gesloten haag. Door snoei is daar veel aan te doen, maar niet alles. Om te beginnen moeten de planten niet te ver van elkaar worden geplant. Na het inplanten moeten de jonge planten direct worden ingekort, om ze vanaf het begin te dwingen ook onderin uit te lopen. Zo vormen ze een gesloten haag tot vlak boven de grond.

Snoei geeft meer takken
Het is al eerder genoemd: als je een tak inkort, groeien uit de (meestal twee tot vier) slapende knoppen die het dichtst bij de wond zitten, nieuwe takken. Dat geldt ook voor coniferen. Als de eindjes van de scheuten worden geknipt, ontstaan daar dus meer scheuten en komt de plant ook dichter in z’n blad te zitten. En hoe meer en vaker er wordt geknipt, des te dichter de structuur zal worden.

Een haag die tussen mei en augustus meerdere malen wordt geknipt, zal daarom een dichtere structuur bezitten dan een haag die alleen rond 21 juni wordt geknipt. Maar de knipfrequentie hangt natuurlijk ook af van de groeisnelheid van de haagsoort. Behalve strak geschoren hagen is het bij wat meer ruimte ook mogelijk zogenaamde ‘losse hagen’ te maken. De planten in de haag groeien daarbij wat natuurlijker en ‘losser’ uit. Zo’n haag lijkt meer op een smalle heesterborder.

Bij wat meer ruimte kunnen de planten in verschillende rijen achter elkaar staan. Dan ontstaat een brede, vaak bloeiende haag waarin een grote variatie aan planten (groenblijvend en bladverliezend) mogelijk is. Als zo’n haag ook besdragende soorten bevat, wordt er natuurlijk pas gesnoeid nadat de bessen verdwenen of lelijk geworden zijn.

De juiste snoeivorm
Omdat haag materiaal veelal als klein/jonge planten wordt verwerkt duurt het enkele tot vele jaren voordat de haag zijn gewenste hoogte heeft. De fout die dan vaak gemaakt wordt is om de haagplant tot de gewenste hoogte in één keer door te laten groeien en dan pas gaan knippen. Het gaat erom dat het licht tot op de onderste takken van een haag kan vallen. Dan blijft hij mooi gesloten. Dat lukt het beste als de vorm wat conisch is, dus van onderen breder dan van boven. Dus ook geen planten er vlak voor zetten, anders wordt de haag van onderen toch nog kaal. Het maakt niet uit of de top van de haag rond of plat wordt geknipt.

Afspraak?
Geen zin, tijd of het juiste gereedschap/machine? Wij doen u graag een voorstel dat onze vakbekwame hoveniers uw hagen strak en vakkundig knippen. Bel vandaag nog 0546 862 846 voor een afspraak!

Eshuis-Hoveniers-hoe-hagen-snoeien

Het beregenen van een tuin

Watergeven bij hoge temperaturen of nieuwe aanplant

In een droge en warme periode met hoge temperaturen verdient het water geven van de planten in uw tuin extra aandacht. Vooral net gelegde graszoden, jonge aanplant en planten die in bloembakken staan, zijn gevoelig voor uitdroging. Te vaak water geven is niet goed, maar doe het wel op tijd….

Niet te vaak water geven !
Wij raden u aan om niet te snel naar de tuinslang te grijpen, maar wel op tijd. Planten die vaak water krijgen, blijven met hun wortels aan de oppervlakte, in plaats van wat dieper op zoek te gaan naar water. Een plant die aan het einde van een warme dag zijn bladeren slap laat hangen, maar er de volgende ochtend weer fris bij staat, redt het nog prima. De plant laat zijn bladeren hangen om verdamping tijdens het warmste gedeelte van de dag te beperken.

Nieuwe aanplant
Nieuw aangeplante vaste planten, heesters en bomen moeten de eerste twee jaar na aanplant, in langdurige droge en warme periodes, regelmatig van water worden voorzien. Het is beter om tweemaal per week de sproeier gedurende één uur op dezelfde plek te zetten, dan elke dag een beetje water te geven. Maak eventueel een dijkje rond de stammen, waardoor het water niet kan weglopen. Wordt het echt heel warm en droog weer met temperaturen boven de 30 graden, dan zult u mogelijk dagelijks water moeten geven. Dit blijft altijd de inschatting van uzelf.

Planten in bloembakken
Planten in bloembakken, en dan met name perkgoed, zullen vaker gesproeid moeten worden. Omdat de grond in bloembakken sneller uitdroogt, is het verstandig om deze planten extra in de gaten te houden. Geef ze bij warm en droog zomerweer dagelijks water.

Het beste tijdstip om planten water te geven
Omdat planten ’s avonds geen water opnemen gaat zeker 40 % van het water verloren. Ook om schimmels en slakken uit de tuin te houden, is het aan te raden dat de planten droog de nacht in gaan. Biedt de tuin, na een lange droge periode een wat stoffige aanblik en wilt u de bladeren een opfrisser geven, geef dan ’s ochtends vroeg water. De planten hebben dan de hele dag om ater op te nemen.

Laat een beregeningsinstallatie aanleggen
Als u een automatische beregening in uw tuin heeft, dan biedt dit veel gemak. U stel éénmaal de beregening in en de installatie doet het werk. Zo kunt u optimaal genieten van een zomerse dag en hoeft u niet met tuinslangen aan de slag. De beregeningscomputer is zo in te stellen dat deze de planten in de borders regelmatig water geeft. U kunt hierbij dezelfde frequentie aanhouden zoals hierboven is aangegeven.

Wilt u advies of offerte aanvragen voor een beregeningsinstallatie? Bel dan vandaag nog 0546 862 846 of vul het contactformulier in. Wij helpen u graag!

Het beregenen van een tuin

Schaduwrijke planten

Schaduwtuin of schaduw in de tuin?

Schaduwplekken in de tuin hoeven niet saai of eentonig te zijn. In de schaduw bloeien juist de mooiste vaste schaduwplanten. Als u zich er een beetje in verdiept dan kom je al snel tot de conclusie dat er verrassend veel mogelijk is.

Heeft u een schaduwtuin of schaduw in de tuin? Wat is eigenlijk het verschil?
In een echte schaduwtuin schijnt de zon maximaal twee uur per dag. Maar schaduw in de tuin is wat anders. Vaak gaat het hier niet om diepe schaduw, maar om schaduw door omringende bebouwing of hoge beplanting. Meestal schijnt de zon er een aantal uren per dag. Bij vier uur zonneschijn per dag is er sprake van halfschaduw. Gelukkig zijn er genoeg vaste planten die vol overtuiging schaduwrijke plekken laten stralen. Veel vaste planten voelen zich als een vis in het water op vochtige, koele schaduwplekken.

Top 10 schaduwplanten

  1. Monnikskap (Aconitum)
  2. Longkruid (Pulmonaria)
  3. Elfenbloem (Epimedium)
  4. Kruipend zenegroen (Ajuga reptans)
  5. Gebroken hartje (Dicentra)
  6. Kerstroos (Helleborus orientalis)
  7. Varen (Polystichum)
  8. Hartlelie (Hosta)
  9. Kaukasisch vergeet-me-nietje (Brunnera)
  10. Salomonszegel (Polygonatum)

De taaiste plant uit bovenstaande lijst is de elfenbloem (nummer 3). Ondanks zijn tere bloempjes en schattige naam is deze wintergroene plant niet van zijn stuk te brengen. De salomonszegel (Polygonatum multiflorum) is ook een fraaie aanwinst voor droge, donkere plekken.

Tips
Door het toevoegen van humusrijk materiaal (compost) houdt de droge grond vocht en voedsel vast en gedijen de planten beter. Het afdekken van de droge bodem met een mulchlaag van organisch materiaal zoals compost, houtsnippers of boomschors is belangrijk om verdamping te beperken.

In de winter wilt u natuurlijk ook dat je tuin er gezellig uit ziet. Door ook varens, siergrassen en wintergroene bodembedekkers te planten voorkom je kale plekken en blijft je tuin het hele jaar vrolijk. Er is te veel keus om op te noemen.

Schaduwrijke planten

Mandevilla - tuinplant van de maand mei

Mandevilla: tuinplant van de maand mei

De Mandevilla is een van de meest dankbare, bloeiende tuinplanten. Vanaf mei tot de eerste vorst verrast de plant met witte, gele, roze of rode trompetvormige bloemen. Niet voor niets is de Mandevilla dan ook een ontzettend populaire bloeier in tuinen, op balkons of terrassen. Goed om te weten: de plant werd voorheen ook wel Dipladenia genoemd en is onder deze naam soms ook nog te koop.

Mandevilla
De Mandevilla is een klimheester die bloeit van mei tot november. Van oorsprong komt deze exotische klimplant uit Zuid-Amerika, maar bij ons in de tuin heeft hij het ook uitermate naar zijn zin. Met zijn heerlijk geurende bloemen bloeit de plant oneindig lang door. Als welige groeier maakt hij bovendien in no-time lange ranken die een muur of schutting vrolijk bedekken. Er zijn verschillende types verkrijgbaar, waarvan de Mandevilla Sundeville en Mandevilla Diamantina het meest voorkomen.

Verzorging
De Mandevilla houdt van warmte en heeft het liefst een standplaats in de halfschaduw of in de volle ochtend- of avondzon. Zet de plant in goed doorlatende, matig vochtige grond en geef deze regelmatig water. In het voorjaar heeft de Mandevilla behoefte aan extra voeding zodat hij lang en rijk blijft bloeien. Wanneer u de uitgebloeide bloemen regelmatig weghaalt, blijft de plant extra lang in optima forma. De Mandevilla is niet winterhard, dus zodra de winter invalt is het tijd om afscheid te nemen, tenzij hij naar binnen wordt gehaald en vorstvrij op een koele plek kan overwinteren.

Snoeitips
Af en toe de klimranken omhoog leiden: dat is eigenlijk alles wat u met de Mandevilla hoeft te doen. Snoeien is gedurende het groei- en bloeiseizoen niet nodig. Wanneer de plant in de winter wordt overgehouden kan deze een beetje worden terug geknipt voordat hij zijn winterplek krijgt.

Mandevilla - tuinplant van de maand mei

Buxus als lekkernij voor de buxusmot

Opgelet: buxus als lekkernij voor de buxusmot

Buxus als lekkernij voor de buxusmot

Glyphodes perspectalis zijn oorsprong in Japan, Zuid-Korea en China. Sinds 2006 is de buxusmot reeds aanwezig in Duitsland en later (2007-2008) werd de soort ook zeer lokaal in Zwitserland, Frankrijk en Groot-Brittanië aangetroffen. Jammer genoeg werkt de buxusmot sinds 2009 ook in Nederland aan een sterke opmars en worden meer en meer schadegevallen vastgesteld.

Biologie
De vlinders verschijnen in april/mei en hebben een spanwijdte van ongeveer 4 cm. Ze zijn wit met een bruine rand aan de vleugels. Ze leven ca. 8 dagen en zetten hun eitjes in kleine groepjes (eispiegels) af op de onderkant van het blad van hun favoriete waardplant (Buxussoorten). De jonge rupsen zijn vuilgeel en krijgen na enkele dagen bruine lengtestrepen (ze zijn dan ca. 5 mm groot). Volgroeide rupsen zijn felgroen met een zwarte kop en zijn zo’n 4 cm groot, ze hebben nu zwarte stippen en lichte en zwarte lengtestrepen. Bij een gemiddelde temperatuur van 20°C duurt de ontwikkeling van ei naar pop ongeveer 26 dagen. De nieuw ontwikkelde pop is felgroen met donkere strepen en vlekken. Ze verkleurt crèmekleurig bruin naarmate de adulte vorm zich binnenin de cocon ontwikkelt. De pop is ongeveer 1,7 cm lang.

Schadebeeld
De aanzienlijke schade die de rupsen van de buxusmot aanrichten uit zich vooral in dode blaadjes, kale takjes, bladskeletten en spinsel! De rupsen kunnen het jaar door op buxusplanten worden aangetroffen, vlinders en poppen alleen in korte periodes tussen april en september. Grote hoeveelheden rupsen resulteren uiteindelijk in kaalvraat van de plant. De eerste schade is meestal lastig te zien omdat jonge rupsen het bladmoes aan de onderkant van het blad wegschrapen. Al snel beginnen ze bladeren aan elkaar te spinnen waardoor de schade en aanwezigheid van de rupsen steeds meer opvalt.

Bestrijding
Als er veel schade zichtbaar is en hele stukken van de plant verdord of dood zijn kan men deze struiken het beste fors terugsnoeien en opnieuw uit laten lopen of in zijn geheel rooien en afvoeren.

Na het terugsnoeien is het wel zaak om de buxusmot verder te bestrijden met een biologisch bestrijdingsmiddel op basis van Pyrethrum en buxusrupsen en poppen zoveel mogelijk handmatig te verwijderen.

Zoek een alternatief voor de buxus
En mocht het te erg worden en al uw buxus is aangetast, dan kunt u overwegen de buxus te vervangen door een andere plant zoals de Ilex crenata. Dit is een plant die uiterlijk heel hard lijkt op buxus en in de tuin dus hetzelfde effect geeft, maar niet geplaagd wordt door de buxusmot of andere ziekten en plagen waar buxus gevoelig voor is.

Buxus als lekkernij voor de buxusmot

Bodembedekker Waldsteinia ternata

Schaduwminnende bodembedekkers

Bodembedekker Liriope muscari

Bodembedekkers zijn onmisbaar in de tuin. Ze vormen een dicht tapijt en zijn daarom heel geschikt om kale plekken op te vullen. Maar groeien bodembedekkers ook op plekken waar weinig of geen zon komt? Jazeker! Zowel groenblijvende als bladverliezende soorten kruipen met gemak over schaduwplekken.

Wat zijn bodembedekkers?
Bodembedekkers zijn laag groeiende, sterke vaste planten die zich vermeerderen door het maken van uitlopers. Zo ontstaat al snel een prachtig tapijt waar je zelf weinig aan hoeft te doen en een groot voordeel van bodembedekkers is dat onkruid nauwelijks de kans krijgt om toe te slaan. Bodembedekkende vaste planten zijn perfect als opvulling onder struiken, heesters en bomen.

Wintergroene bodembedekkers
Veel mensen kiezen voor wintergroene, bladhoudende bodembedekkers, omdat je er het hele jaar door van kunt genieten. Een van de bekendste is schaduwkruid (Pachysandra terminalis). In de periode maart-april bloeit deze plant met niet al te opvallende lieflijke, witte bloempjes. Een andere bekende bodembedekker is de goudaardbei (Waldsteinia ternata), een erg sterk en groenblijvend kruipertje die in het voorjaar prachtige, gele bloempjes heeft. Maagdenpalm (Vinca minor) is nog zo’n klassieker. In het voorjaar bloeit deze plant met typische blauwe of witte bloempjes en in de loop van de zomer is er vaak een herbloei. Andere geliefde soorten zijn klimop (Hedera helix), duizendknoop (Persicaria) en leliegras (Liriope muscari). En ook déze houden allemaal van schaduw!

Bladverliezende bodembedekkers
Een bladverliezende of in de winter afstervende bodembedekker verliest een deel van het jaar zijn blad. In de wintermaanden is daardoor de grond zichtbaar, maar in andere jaargetijden brengen ze des te meer vrolijkheid in de tuin.

Een aantal gewilde soorten hebben we voor u op een rijtje gezet:

  • Bosaardbei (Fragaria vesca)
  • Elfenbloem (Epimedium)
  • Kruipend zenegroen (Ajuga reptans)
  • Longkruid (Pulmonaria)
  • Ooievaarsbek (Geranium)
  • Purperklokje (Heuchera)
  • Schuimbloem (Tiarella)
  • Vrouwenmantel (Alchemilla mollis)

Wist u dat…
Bont blad in de schaduw zelfs op kan lichten? De lichte plekken op het blad maken het letterlijk lichter en je schaduwborder krijgt daarmee extra kleur. Bontbladige schaduwminnende planten zijn bijvoorbeeld bonte maagdenplan, bont kruipend zenegroen en bont longkruid

Aan de slag!
Er is dus een scala aan soorten en kleuren bodembedekkers waar u uit kunt kiezen. Wanneer u aan de slag gaat, begint u met het verwijderen van het onkruid rondom de nieuwe standplaats en het bemesten de grond, dan heeft u nog jarenlang plezier van bodembedekkers. En hoe het met de verzorging zit? Heel eenvoudig, als de planten te wild worden is snoeien de oplossing. Een paar keer per jaar bijmesten doet ook goed, zeker bij de bloeiende varianten.

Voor meer informatie of advies kunt u natuurlijk ook contact met ons opnemen: 0546 862 846.

Bodembedekker Ajuga reptans

Presentatiekist Kunstgrasboer

Minder onderhoud en altijd een groen gazon!

Nooit meer grasmaaien, nooit meer kantjes knippen en altijd een prachtig gazon? Ook dit jaar is Eshuis Hoveniers dealer van kunstgrasboer.nl en bieden we een collectie kunstgras die zo is opgebouwd dat er voor ieder budget een grasmat is.

De belangrijkste redenen waarom er wordt gekozen voor kunstgras zijn een aantal belangrijke kenmerken die een gewoon gazon niet heeft. Kunstgras is onderhoudsarm, duurzaam en bespaart u een grote hoeveelheid water. Naast onderhoud is ook kwaliteit en uitstraling een belangrijk voordeel van kunstgras. Kunstgras is overal toepasbaar en u heeft geen last van mosaanslag en bruine vlekken meer in uw gazon. Kunstgras is duurzaam, het blijft moeiteloos jarenlang liggen en behoudt daarbij dezelfde uitstraling en kwaliteit. Kunstgras kan een zware belasting, zoals een gevuld opblaasbaar zwembad, moeiteloos verdragen. Door simpelweg het kunstgras op te borstelen ziet het er weer als nieuw uit.

Er zijn acht verschillende kunstgrassoorten beschikbaar voor de meest uiteenlopende toepassingen. Onder meer de kleurstelling, hoogte en soort vezel zijn bepalend voor de uitstraling, eigenschappen en gebruikseigenschappen van het kunstgras. In het assortiment zijn enkele erg natuurgetrouwe soorten opgenomen die bestaan uit platte kunstgrasvezels. Voor het meer intensieve gebruik hebben we daarnaast soorten met een V-shape en C-shape vezel die de kunstgrasmat veerkrachtiger maken.

Wanneer kunstgras in de tuin ligt vergt het nauwelijks onderhoud. Zeker wanneer het weinige onderhoud op tijd uitgevoerd wordt kan er optimaal genoten worden van het kunstgrasgazon. Onderhoudswerkzaamheden zijn bijvoorbeeld:

  • opborstelen van de kunstgrasvezels
  • verwijderen van blad op het kunstgras
  • verwijderen van mos in het kunstgras
  • schoonmaken van het kunstgras

Kunstgras op balkon of dakterras wordt vaak schoongehouden door het te stofzuigen. Dit verwijdert vuilresten en zorg dat de vezels mooi overeind blijven staan en de juiste uitstraling houden. Kunstgras gemaakt van platte vezels kan na intensief gebruik minder goed overeind gaan staan. Door met een bezem tegen de vezelrichting in te vegen, komen de vezels weer goed overeind. Voor grotere kunstgrasvelden kan dit ook door middel van een kunstgras veeg-of borstelmachine.

Wij komen graag bij u langs om een kosteloos en vrijblijvend advies te geven in uw eigen tuin. Tijdens dit advies heeft u de mogelijkheid om diverse kunstgrassoorten te bekijken. Eventuele vragen over het kunstgras of het aanleggen van het kunstgras worden direct beantwoord. Op basis van het uitgekozen kunstgras, maken wij graag een offerte op maat. 

Presentatiekist Kunstgrasboer

Snoeien tijdens wintermaanden

Wintersnoei: wanneer wel en wanneer niet?

Droge dagen met niet al teveel wind en vorst lenen zich uitstekend voor het snoeien van bomen en heesters. Bij bladverliezende heesters en bomen is de takkenstructuur goed te zien. Tijdens de wintermaanden (december, januari en februari) kunnen de knotbomen gesnoeid worden. Dit zijn bijvoorbeeld de wilg, populier, es, eik en els. Ook de leibomen, zoals esdoorn, kastanje, haagbeuk, plataan en linde en fruitbomen kunnen in deze maanden de snoei goed verdragen.

Ook voor de druif  kan het beste in de maanden januari en februari worden gesnoeid waarbij vooral vorm gegeven wordt en dus de houtige takken bijgeknipt worden.

Bladverliezende heesters worden gesnoeid door kruisende takken, steil opgaande scheuten, dood hout en zieke en beschadigde takken te verwijderen

Rozen snoeit u het best in het vroege voorjaar, maar u kunt grootbloemige theerozen, struikrozen en stamrozen nu licht snoeien door lange scheuten en takken wat in te korten. Ook kunt u zieke, beschadigde en dode takken van deze rozen verwijderen.

Wat niet snoeien?
ABC-bomen (Acer, Betula en Carpinus, maar ook Juglans)
waarvan de sapstroom al vroeg op gang komt moeten nog niet gesnoeid worden omdat ze anders dood kunnen bloeden. Het woord ‘bloeden’ wordt gebruikt voor het lekken van grote hoeveelheden sap uit de gemaakte snoeiwonden of bastbeschadiging. Het bloeden van bomen komt voort uit de worteldruk die in de winter wordt opgebouwd in de houtvaten. Deze boomsoorten kunnen over het algemeen het beste worden gesnoeid als ze volledig in blad staan.

Laat ook bomen en struiken die in het voorjaar bloeien, zoals de perzik- en pruimenboom, en de kiwi met rust.


Wenst u hulp bij het snoeien of heeft u liever dat wij het voor u doen? Geen probleem!

Neem dan contact met ons op voor een vrijblijvende afspraak: 0546 862 846

Snoeien tijdens wintermaanden

Het planten van bloembollen

Plant nu bloembollen!

Wilt u in het voorjaar genieten van kleur in de tuin? Plant dan nu bloembollen! U moet even een paar maanden wachten maar dat wachten wordt daarna meer dan beloond!

Nu planten, straks genieten
Bloembollen planten is vooral een kwestie van doen. Iedereen kan het! En… succes verzekerd. Wie nu bloembollen plant, wacht een kleurrijke beloning in de lente.

Wanneer planten?
De beste tijd om bloembollen te planten is tussen half oktober en eind november. Dan is het weer aangenaam en de grond nog warm. Dat is ook het moment dat er vaak lege plekken in de border komen, waar u prima en makkelijk bloembollen kunt planten. Bloembollen die in deze periode de grond in gaan, hebben alle tijd om een mooi wortelnest te vormen. Daardoor zijn ze beter bestand tegen de eventuele naderende vorst.

Hoe planten?
Zet de bol in de grond met het puntje omhoog en de ‘wortelkrans’ naar beneden. De wortelkrans is het hoefijzervormige uiteinde van de bol. Het bevindt zich aan de onderkant van het breedste gedeelte van de bol.
Maak met een plantschopje een gat en maak de grond op de bodem van het gat een beetje los.

Hoe diep planten?
Op de verpakking van de bol staat altijd precies hoe diep ze gepland dienen te worden. Zet de bloembollen erin en hou een gemiddelde plantafstand aan van twee keer de dikte van de bol. Ofwel zo’n 5 tot 8 cm. Dikke bollen hebben meer ruimte nodig dan kleine bollen. Staan ze iets dichter op elkaar? Geen punt, ze doen het heus wel! De bloem zit al in de bol en laat je nooit in de steek. Bedek de bloembollen met gemiddeld 10 cm aarde. Druk de grond voorzichtig met de hand een beetje aan.

Verwilderingsbollen
Om het makkelijk te maken, zijn er bloembollen die u één keer plant en elk voorjaar weer bloeien zoals sneeuwklokjes, crocussen, blauwe druifjes en narcissen. Maar ook de tulpen en narcissen en sommige Alliums (sieruien) bloeien elke lente weer vanzelf. Eén keertje in het najaar planten en elk voorjaar opnieuw genieten.

Gebruik je creativiteit
Bloembollen zijn verkrijgbaar in vrijwel alle kleuren van de regenboog. Ook wat betreft, vorm, bloeiwijze en bloeitijd is er een enorme variëteit. Afhankelijk van uw smaak en het beoogde effect kunt u experimenteren met een breed kleurenpalet en gerust meerdere soorten en verschillende bloeitijden door elkaar planten.

Kinderen vinden het ook altijd geweldig om met hun handjes in de aarde te wroeten, en helemaal als ze de bollen later op zien komen. Op naar een kleurig bloeiend voorjaar!

Het planten van bloembollen